Wanneer vloeibare CF7 en wanneer vast NAAC ?
Vloeibaar CF7 (kaliumacetaat) wordt gebruikt als anti-icer, om te voorkomen dat sneeuw en ijs zich vastzet aan de ondergrond. Vervolgens kan de sneeuw of ijs makkelijk verwijdert worden.
Vast NAAC (sodium acetaat) wordt gebruikt als deicer, aangebracht boven op een laag sneeuw of ijs die zich reeds heeft vastgezet op de ondergrond met als doel deze los te maken zodat deze makkelijk verwijdert kan worden.
Vloeibaar CF7 is effectiever dan een vaste deicers als deze wordt gebruikt als anti-icer. Het is makkelijker om te voorkomen dat sneeuw of ijs zich vastzet dan om deze terug los te maken van de ondergrond. Hierdoor is vroegtijdige toepassing van vloeibaar smeltmiddel gevolgd door het ruimen van de opgehoopte sneeuw of ijs de beste en efficiëntste manier om het winterweer te bestijden. “Vroegtijdig toepassing” wil zeggen toepassen juist voor of bij het begin van de storm.
Het is belangrijk om het product egaal te verstuiven, te vernevelen. Zo wordt een film op de ondergrond gevormd die vermijdt dat ijs, sneeuw en aanvriezende regen zich vasthechten aan de ondergrond. Hierdoor kunnen de landingsbanen, wanneer nodig, mechanisch ijsvrij gehouden worden. Als de ruimingsresultaten niet meer bevredigend zijn, is het aanbrengen van een nieuwe laag vloeibaar CF7 nodig.
Hoe lang blijft het werkzaam ?
Door het smeltwater wordt CF7 verdunt en zal het vriespunt terug stijgen, totdat het niet meer doeltreffend is. Andere factoren die de werkingsduur beïnvloeden zijn de temperatuur van de lucht en de ondergrond; soort en hoeveelheid van neerslag en de mate van het toepassen van deicers.
Duidelijke tekenen van een te grote verdunning zijn vermindering van grip, niet voldoende verwijdering van sneeuw of het achterblijven van ijsplekken na mechanische ruiming. Verdunning kan ook gemeten worden door sensoren op het wegdek. Het aanbrengen van een nieuwe laag deicer is nodig na een te grote verdunning.
NAAC is effectiever op een reeds bestaande laag sneeuw of ijs. Er ontstaat een laag door het zich vastzetten van de sneeuw of ijs op de ondergrond en is moeilijker te verwijderen met vloeibare smeltmiddelen. Ophoping van sneeuw of ijs komen meestal voor in landingszones en secundaire operatiegebieden zoals hellingen en taxibanen die geen anti-icing behandeling krijgen. NAAC wordt toegepast op een natte laag sneeuw of ijs. Als NAAC in aanraking komt met vocht verandert het van vast in vloeibaar. Door deze faseverandering, uniek voor NAAC, komt er warmte vrij waardoor de korrels zich door de laag sneeuw of ijs werken en deze zo losmaakt van de ondergrond.
Ook hier is een egale verspreiding van NAAC belangrijk. NAAC zijn bolvormige korrels die als voordeel hebben dat men ze egaler kan verspreiden en dat ze sneller doordringen dan vlokken die sneller verdunnen en herbevriezen.
Wanneer beide samen gebruiken?
In sommige omstandigheden van zware sneeuwophoping is het aangeraden om CF7 en NAAC samen te gebruiken. Na het toepassen van NAAC zijn er gaten gevormd in de sneeuwlaag, zo heeft CF7 een directe toegang tot de ondergrond. Dit zal het ontijsingsproces versnellen.
CF7 is ook geschikt als voorbevochtiger van NAAC, om zijn faseverandering nog sneller te laten starten. Het voorbevochtigen zorgt er voor dat de vaste deicer beter blijft “plakken” op de ondergrond en zo het productverlies door wind en verkeer minimaliseert.
Het samen gebruik van CF7 en NAAC is aangeraden bij aanvriezende regen, om zo het verdunnen van de oplossing te minimaliseren en de werking te verlengen.
Tijdens routine anti-icing toepassingen is het niet aangeraden om CF7 NAAC samen te gebruiken. CF7 effectiever en het toevoegen van NAAC bied geen meerwaarde. Buiten het hierboven vermelde geval van aanvriezende regen.
